Grondgebruik in PARK21 blijft gemoederen bezighouden


Leuk dat de gemeente uit Amsterdam afkomstige industriegrond afdekt met een laag van een halve meter grond van de schoonste klasse die we in Nederland kennen maar wat nu als een konijn of een mol gangen graaft?

De vragen over het grondgebruik in PARK21 blijven binnenkomen. Ook nadat de twee verantwoordelijke wethouders John Nederstigt en Tom Horn in InforMeer nog eens tekst en uitleg hebben gegeven over het grondgebruik in het recreatiegebied tussen Nieuw-Vennep en Hoofddorp.

Nota Bodembeheer 

Het is duidelijk dat dit de gemoederen blijft bezighouden. De twee bestuurders herhalen desgevraagd dat zij van mening zijn en blijven dat zij verantwoord bezig zijn. Uiteraard stellen ze de gezondheid van de inwoners niet in de waagschaal en willen ze ook zelf onherstelbare milieuschade voorkomen, zeggen ze. Donderdag(avond) 24 mei neemt de gemeenteraad een besluit over de Nota Bodembeheer. Die nota gaat trouwens over het bodembeheer in het algemeen in de polder. Dat is dus inclusief de bodem van PARK21. 

Konijnen en mollen 

Terug naar die konijnen en mollen, vormen hun gangen een bedreiging die misschien over het hoofd is gezien? Het antwoord is nee volgens ambtenaar en bodemdeskundige Simone Beerkens:

“Door het graven van deze dieren kan weliswaar vermenging van grond optreden maar deze is dermate gering dat er geen onaanvaardbare risico’s ontstaan voor de mens."

Een andere vraag betreft de vreemde stoffen in de grond waarvan de gemeente beweert dat deze niet door regenwater uitspoelen en die daarom dus géén bedreiging vormen. Welke stoffen zijn dat eigenlijk, willen inwoners weten. Antwoord:

“In elke grond kunnen stoffen zitten zoals koper, zink (zware metalen) en PAK (verbrandingsresten) en bodemvreemde materialen zoals puin. Ongeacht wat de kwaliteitswaarde van de grond is: wonen, achtergrondwaarde of industrie. De hoeveelheid toegestane bodemvreemd materiaal is voor alle kwaliteiten grond gelijk, maar de gehalten van bepaalde stoffen kunnen per categorie anders zijn.” 

Grondanalyse 

Wordt de grond uit Amsterdam vóór gebruik in PARK21 onderzocht, is een andere vraag. Wethouder Tom Horn: 

“Ja. Alle grond wordt van tevoren door daartoe gecertificeerde bedrijven volgens wettelijke normen onderzocht.” 

Weer een andere inwoner toont zich niet zo onder de indruk van 'wat de wethouders allemaal roepen'. Hij kan zich beter een mening vormen, stelt hij, als zij een grondanalyse openbaar maken. De twee PARK21-wethouders worden hier wel wat te kort gedaan. Ze roepen niet zo maar wat, maar laten zich juist wel degelijk uitvoerig adviseren. Hun tekst en uitleg is juist gebaseerd op al die deskundige adviezen. Verder is het zo dat de gemeente sinds de aanleg van deelgebied 1 nog geen industriegrond heeft aangekocht voor de parklaag in PARK21 om de doodeenvoudige reden dat de gemeenteraad nog geen besluit heeft genomen over de Nota Bodembeheer. Maar van alle grond die de gemeente aankoopt, is de kwaliteit bekend. En ja, deze gegevens zijn openbaar.

Eén van de adviseurs van de gemeente is Astrid Op den Buijs (bedrijfsleider) van de Schreurs Groep. Zij is adviseur bodem, bouw- en afvalstoffen en docent Besluit bodemkwaliteit. Zij maakt duidelijk dat de aanleg van de parklaag in PARK21 met grond van industriekwaliteit helemaal niet zo bijzonder is.

“In Nederland worden veel contouren van grootschalige bodemtoepassingen gerealiseerd met grond van maximale klasse industrie. Ik heb het over nuttige toepassingen zoals het ondieper maken van plassen om de natuurwaarden te verhogen. Ook in andere recreatiegebieden en op sportterreinen, bijvoorbeeld bij de aanleg van voorzieningen voor fietscross en golf en in natuurgebieden en infrastructurele werken zoals geluids- en zichtwallen en toe- en afritten e.d. kom je dergelijk grondgebruik tegen.” 

Uitlogen 

Over (de angst voor) het uitlogen en daardoor verspreiden van stoffen zegt ze:

“Grootschalig toegepaste grond moet voldoen aan de zogenoemde emissietoetswaarde. Dat is de waarde vóór de uitloging van verontreinigende stoffen. Voldoet de grond daar niet aan dan mag deze niet worden gebruikt. Daarmee wordt het risico op het verspreiden van eventueel aanwezige stoffen voorkomen. Uit de vele onderzoeken die de laatste jaren reeds uitgevoerd zijn, is gebleken dat grond van klasse industrie in de regel niet uitloogt.”

Schoonste klasse  

Over de toplaag van een halve meter dik die bovenop de grond van industriekwaliteit komt: 

“In de Nederlandse wetgeving is een specifiek kader opgenomen voor het grootschalig toepassen van grond. Deze regelgeving is speciaal voor projecten waar grote hoeveelheden grond nodig zijn voor de contouren. De grootschalige toepassing wordt afgedekt met een leeflaag van dezelfde kwaliteit als de omgeving of beoogde functie. In het geval van PARK21 wordt deze afgedekt met een leeflaag van 0,5 m dikte en een kwaliteit die gelijk is aan de klasse achtergrondwaarde. Dat is de schoonste klasse die wij in Nederland kennen.” 

Wethouder John Nederstigt herhaalt tot slot dat de term industriegrond 'ongelukkig' is omdat deze suggereert dat het grond is die afkomstig is uit ‘de industrie’. Dat roept direct allerlei griezelige associaties op terwijl er licht verontreinigde grond mee wordt aangeduid. ‘Industriegrond’ is echter lastig te vermijden omdat het een wettelijke term is.

Meer informatie over het grondgebruik voor de parklaag.

 

Vorige artikel Volgende artikel