Ultieme droogmaker op een voetstuk

En dat is twee. Zijn naam is Jan Anne Beijerinck, geboren in 1800 en 74 jaar later overleden. Net als voor de eerste polderfiguur, Een Anonieme Polderjongen, die afgelopen najaar in PARK21 is geplaatst aan de Hoofdweg, geldt voor de waterbouwkundige dat zonder hem Haarlemmermeer nog onder water had gestaan. Of nog wat krachtiger gesteld: niet had bestaan.

Voetstuk
Jan Anne Beijerinck is bijna geruisloos op zijn voetstuk gezet. Hij staat aan de IJweg. Er was een bijeenkomst geregeld, begin december, wethouder Tom Horn zou het beeld onthullen, maar het weer werkte niet echt mee en dat was van grote invloed op de belangstelling voor het feestje rondom de ultieme droogmaker. Want zo kun je Jan Anne Beijerinck best noemen.

Hij vervulde een absolute hoofdrol bij de droogmaking van Haarlemmermeer. In 1837 werd hij bij ministerieel besluit belast met de droogmaking van de Haarlemmermeer. Om deze gigantische klus te klaren ontwierp hij de stoomgemalen De Cruquius, De Leeghwater en De Lynden, zeg maar de drie wiegen van Haarlemmermeer. De cv van Jan Anne Beijerinck is nog veel uitgebreider maar deze inpoldering is zijn piece de resistance.

Baron Van Verschuer
Net als de polderjongen is de waterbouwkundige van cortenstaal en aluminium en ongeveer vijf meter hoog. Kunstenaar Richard van Os heeft de derde polderfiguur, Baron van Verschuer al klaar liggen. Hij was één der eerste grondeigenaren na de drooglegging. De verwachting is dat deze komend voorjaar op zijn voetstuk wordt gezet. Er komen daarna nog drie polderfiguren in PARK21 te staan. Wie zij uitbeelden, is nog niet bekend. Van Os bepaalt dat niet zelf. Dat doet een speciale stuurgroep waarin ook inwoners zijn vertegenwoordigd. Hij heeft wel het concept van de polderfiguren bedacht. “En dat viel in zeer goede aarde. Ik krijg louter enthousiaste reacties.”

Zeespiegel
De heuphoogte van de polderfiguren is in alle zes gevallen gelijk aan de zeespiegel. De voetstukken daarentegen verschillen in hoogte. De waterbodem was voor de drooglegging immers ook niet egaal. Als je voor een van zijn polderfiguren staat, verklaart Van Os, word je je extra bewust van het feit dat Haarlemmermeer ver onder de zeespiegel ligt. “De benen zijn van cortenstaal. Dat roest. Daarmee wordt benadrukt dat de polderfiguren als het ware tot aan hun middel in het water staan.”
De bovenlichamen zijn van aluminium dat is geperforeerd. Van Os probeert hiermee de associatie van reflecterend wateroppervlak en waterdruppels op te wekken.

Hogere kader
De kunstenaar noemt het een goede zaak dat reeds aan de hand van de eerste twee polderfiguren is vast te stellen dat de polderfiguren in PARK21 “niet alleen maar het hogere kader verbeelden”. Want of je nu een opdracht krijgt van ministers om de boel droog te leggen of dat je als polder- of dijkwerker onder erbarmelijke omstandigheden die sterk aan slavernij doen denken aan de wieg staat van Haarlemmermeer, maakt groot verschil. En toch zijn het én de polderjong én de waterbouwkundige én de grondeigenaren die de geschiedenis van Haarlemmermeer schrijven.

Vrouw
Richard van Os spreekt de hoop uit dat ook bij de resterende drie polderfiguren de verschillende rangen en standen op een voetstuk worden gezet. “Wat mij betreft, valt de keuze ook op een vrouw. Ook hoeft van mij een polderfiguur niet per se iemand uit het verleden te zijn.”

Entreeobjecten
De polderfiguren komen te staan langs de wegen die PARK21 van noord naar zuid doorkruisen: IJweg, Rijnlanderweg en Hoofdweg. “Zou je de zes polderfiguren met elkaar verbinden dan zet je een hek om PARK21. Dat is niet de bedoeling. Er is daarom gekozen voor entreeobjecten, de polderfiguren dus. Ik vind dat de polderfiguren mooi aansluiten bij mijn andere opdrachten voor PARK21 zoals het logo en het straatmeubilair. In feite ben ik verantwoordelijk voor de ruimtelijke huisstijl. Zo krijgt PARK21 meer identiteit waardoor je beseft dat je in PARK21 bent’, aldus Van Os.                 
  

Vorige artikel