Parklaag

In PARK21 wordt een parklaag aangelegd met een hoogte van 0 tot 4 meter. Dit staat in het Masterplan voor PARK21, dat in 2011 door de raad is vastgesteld.

De parklaag zorgt voor samenhang in PARK21. Het is een vrij toegankelijke groenstructuur. De heuvels zijn belangrijk in de ontwikkeling van PARK21, zowel voor hoe PARK21 eruit komt tez zien, maar ook om het mogelijk te maken om te sporten in PARK21 (joggen, skaten, fietsen). Om deze parklaag aan te leggen, is veel grond nodig. Uit PARK21 zelf komt door ontgravingen (sloten, waterplas, etc.) niet voldoende grond vrij om deze parklaag aan te kunnen leggen. Daarom is er ook grond van buiten het gebied nodig.

Bij de vaststelling van de herijking van het Masterplan eind 2016 is het besluit genomen om voor de parklaag grond van industriekwaliteit toe te passen.

De term industriekwaliteit betreft een wettelijke kwaliteitsaanduiding van de grond. Door deze naam lijkt het alsof deze grond ook alleen maar geschikt zou zijn voor industriële bestemmingen. Dit is echter niet het geval. In sommige gevallen kan op deze categorie grond zelfs woningbouw plaatsvinden. Deze naam is dus onhandig gekozen.

Grond van industriekwaliteit is geen ernstig verontreinigde grond, het iets vuiler dan de categorie woonkwaliteit (zie opsomming hieronder). In elke grond kunnen stoffen zitten zoals koper, zink (zware metalen) en PAK (verbrandingsresten) en bodemvreemde materialen zoals puin. Of dit nou grond is met de kwaliteit wonen, achtergrondwaarde of industrie.  De hoeveelheid toegestane bodemvreemd materiaal is voor alle kwaliteiten grond gelijk, maar de gehalten van bepaalde stoffen kunnen per categorie anders zijn.

Grond van industriekwaliteit bevat geen bodemvreemde materialen die door water uitspoelbaar zijn en daardoor in het grondwater of oppervlaktewater kunnen komen. Volgens de wet mag grond van industriekwaliteit maximaal 20% bodemvreemd materiaal bevatten van een onbepaalde omvang. De gemeente heeft hier voor PARK21 nog twee extra eisen aan toegevoegd, namelijk dat de grond geen bodemvreemd materiaal mag bevatten groter dan 5 centimeter en meer dan 5% van het totale volume. In het gebied specifieke bodembeleid voor PARK21 zijn deze aanvullende eisen geborgd.  Hiermee zijn de gemeentelijke eisen strenger dan de wettelijke norm. Conform de wet wordt de grond van industriekwaliteit afgedekt met een halve meter grond van AW-kwaliteit.

Grond wordt ingedeeld in 4 milieucategorieën:

  • AW (achterwaarde) kwaliteit
  • Woonkwaliteit
  • Industriekwaliteit
  • Ernstig verontreinigde grond

Het gebruik van grond van industriekwaliteit vormt geen risico voor de gezondheid omdat bovenop deze grond een laag wordt aangebracht van AW-kwaliteit. Deze zogenaamde contactlaag heeft een dikte van een halve meter, conform het gestelde in het Besluit Bodemkwaliteit bij een grootschalige grondtoepassing. Door deze schone contactlaag en doordat de vervuiling alleen uit niet mobiele verontreinigingen bestaat, zijn de risico's voor het milieu beperkt.

De gemeenteraad is in een aantal informatieve sessies geïnformeerd over het gebruik van grond van industriekwaliteit in PARK21. Op donderdag 24 mei is de gemeenteraad in meerderheid akkoord gegaan met de nota ‘Bodembeheer gemeente Haarlemmermeer, beleidskader voor grondverzet' . Het gebiedspecifieke bodembeleid PARK21 is onderdeel van deze nota. Volgens het gebiedspecifieke bodembeleid PARK21 van de nota Bodembeheer mag er grond van industriekwaliteit uit Haarlemmermeer of Amsterdam worden toegepast voor de aanleg van de verhoogde parklaag. Dit beleid voor PARK21 treedt gelijktijdig in werking met het met het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan voor PARK21.

Wel hebben de PARK21-wethouders John Nederstigt en Tom Horn toegezegd de alternatieven die de Land en Tuinbouw Organisatie (LTO) heeft aangedragen te onderzoeken. De LTO pleit voor een minder hoge parklaag, zodat minder grond nodig is en voor de aanleg alleen grond van PARK21 zélf hoeft te worden gebruikt. Ook dringt de LTO aan op een hogere leeflaag.