Werkbezoek college aan PARK21 en Rijnlanderweg

Boeren uit het gebied van PARK21 en de gemeente willen met elkaar om de tafel. Dat is de conclusie van één van de boeren en één van de wethouders na afloop van een collegebezoek op dinsdag 4 november.

Ton van Schie van boerderij Graswijk heeft zijn zorgboerderij en snijheesterkwekerij tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep aan de Rijnlanderweg. In het toekomstige PARK21. Hij was onder de indruk van de betrokkenheid die de collegeleden dinsdag 4 november toonden tijdens het College on Tour waarbij ze ook het onlangs vernieuwde loonbedrijf Groenewoud en baggerdepot MeerGrond aan Rijnlanderweg aandeden. 

Van Schie:
“Er wordt hier niet geregeerd vanuit een ivoren torentje of vanachter het bureau. Burgemeester en wethouders weten precies wat er speelt! Ze lieten duidelijk zien dat ze wisten waar ze het over hadden. Dingen die nieuw waren, werden ook niet weggewuifd. Daar werd open naar geluisterd.”

PARK21
Een zorgboerderij klinkt gemoedelijk, toch zijn er grote veranderingen op komst. Graswijk is één van de 34 agrarische ondernemingen die binnen het gebied van PARK21 valt, zo’n duizend hectare tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Van Schie:

“PARK21 wordt in stukjes opgepakt. De agrarische ondernemers die niet in het prioriteitsgebied van de gemeente vallen, blijven met onzekerheid zitten. ‘Haal ik de investering die ik nu doe er nog wel uit?’”

Van Schie is ervan overtuigd dat het bezoek de collegeleden doordrongen heeft van de onzekerheid die onder de boeren leeft. En dat het proces van ruilverkaveling dat weliswaar nog in de kinderschoenen staat, door het bezoek scherper op de kaart is komen te staan.

Dichter bij elkaar
Als zorgboerderij heeft Van Schie te maken met zorg. Bij Graswijk specifiek de participatie richting arbeid.
“Jongeren die moeilijk aan het werk te krijgen zijn, kunnen bij ons weer dagritme opdoen. Ik heb een snijheesterbedrijf. Het knippen van takken en verwerken voor de veiling is werk dat zo in stukken kan worden opgedeeld, dat deze jongeren toch een waardevolle taak kunnen verrichten.”

De veranderingen in de AWBZ per 1 januari 2015 zorgen er volgens Van Schie voor dat gemeente en ondernemers zoals zorgboerderijen dichter bij elkaar komen te staan.

“Samen kunnen we meer betekenen en bereiken voor de mensen die dat nodig hebben.”

Rondsnuffelende wethouder
De oprechte interesse in wat er gebeurde op het bedrijf waar burgemeester en wethouders dinsdag rondkeken, deed Van Schie glimlachen.
“Ik zag een wethouder achter in de schuur rondscharrelen en stiekem kijken in de kar die vol heesters lag. Ik zag hem bijna denken: ‘Met wat voor takkies is die boer nu weer bezig deze keer?’ Dat vond ik leuk om te zien.”

Meebewegen
Of die laatste opmerking van Van Schie wethouder John Nederstigt betrof, laat de zorgboer in het midden. Dat deze wethouder wel degelijk veel belangstelling had voor alles dat hij die middag zag en hoorde, is wel zeker. Gevraagd naar wat hem het meest is bijgebleven van het werkbezoek, antwoordt Nederstigt:

“Wat mij het meest opviel vanmiddag is dat er in het gebied ondernemers zitten die graag willen meebewegen met de dynamiek in de polder. Het is hartstikke lekker dat het gemeentebestuur met dat soort mensen de inrichting en de toekomst van het gebied kan bespreken. Daar kunnen wij heel plezierig mee samenwerken.”

Gas geven
John Nederstigt is onder de indruk van de ondernemerszin en pioniersgeest van de mensen die hij sprak:
“Het zijn positieve mensen die unieke vormen van landbouw willen bedrijven. Het zijn mensen die pionieren, die werken met de kansen die er zijn. Ton van Schie bijvoorbeeld. Hij werkt met mensen met een flinke afstand tot de arbeidsmarkt en weet daarmee goed zijn bedrijf te runnen. Of Peter Baars die bloemen kweekt vlakbij de geplande plas van PARK21, maar ook kansen ziet om elders in PARK21 of in de polder zijn bedrijf voort te zetten. En ook Pieter Bijlsma die een bijzonder soort oergraan kweekt waar Jopenbier van gemaakt wordt, is zo’n pionier. Deze mensen zijn geen remmers, maar mensen die gas willen geven. In de afgelopen jaren hebben we soms moeite gehad om de hand die deze ondernemers aanreiken ook aan te pakken, maar door zo’n bezoek, weten we weer dat we niets anders moeten doen dan die handreiking aannemen. Zij zeggen: ‘Wat zijn de kansen voor de toekomst van mijn bedrijf? Ga daarover met ons om de tafel.’ En dat is hartstikke goed!”

Vorige artikel Volgende artikel